Kaaskop & Van Vleuten: wat blijft er over als je een lied opnieuw speelt?
Op maandag 23 november staan Diederik van Vleuten en Lucas van Merwijk met Kaaskop in Diligentia in Den Haag. In Breekbare Mensen komen muziek, teksten, verhalen en geschiedenis samen. De titel verwijst naar een lied van Jeroen van Merwijk dat die avond ook wordt gespeeld. Jeroens werk neemt een bijzondere plek in binnen het programma, dat verder vertrekt vanuit het Nederlandse muzikale erfgoed.
Het gaat de makers niet om een avond vol herkenning alleen. Wat gebeurt er als je liedjes uit hun oorspronkelijke context haalt en ze opnieuw bekijkt? Wanneer blijft een lied overeind, en wat kan muziek vertellen wat woorden niet kunnen?
De samenwerking heeft bovendien een voorgeschiedenis. In de jaren negentig bracht Jeroen van Merwijk zijn broer Lucas en Diederik bij elkaar in de Podiumband, de huisband van het gelijknamige radioprogramma. Ruim dertig jaar later staan ze opnieuw samen op het podium.
Jullie kennen elkaar al heel lang. Wat is er veranderd sinds die eerste samenwerking?
Lucas: We hebben destijds veel met elkaar gespeeld, maar daarna zijn we ieder onze eigen weg gegaan. Ik ben me vooral blijven ontwikkelen als drummer, componist en bandleider, met jazz, Latin en allerlei andere muziek als uitgangspunt. Diederik heeft zich verder ontwikkeld als schrijver en theatermaker. We zijn allebei met muziek bezig gebleven, maar vanuit een andere hoek. Wat me aanspreekt in deze samenwerking is dat die werelden elkaar niet hoeven te verdringen. De muziek mag muziek blijven en de verhalen hoeven geen uitleg bij de muziek te worden. Het interessante zit juist in wat er tussen die twee ontstaat.
Diederik: We hoeven elkaar ook niet meer te leren kennen. Dat scheelt. Er is een gedeelde geschiedenis, maar we zijn niet blijven stilstaan in de tijd. We brengen allebei onze eigen ervaringen mee. Dat maakt het mogelijk om opnieuw samen te werken zonder dat we de oude formule simpelweg overdoen.
De voorstelling heet Breekbare Mensen, naar een lied van Jeroen. Wat maakt dat lied voor jullie bijzonder?
Diederik: Het lied past bij een thema dat in veel muziek terugkomt: mensen die proberen zich staande te houden, met hun verlangens, onzekerheden en tekortkomingen. Daar kan humor in zitten, maar ook iets pijnlijks. Dat maakt het herkenbaar, zonder dat het sentimenteel hoeft te worden.
Lucas: Voor mij is het mooi dat we Jeroens liedjes niet alleen spelen omdat ze bij onze geschiedenis horen. Ze moeten ook muzikaal en inhoudelijk overeind blijven. Met een andere timing, een andere harmonie of een onverwacht ritme kan een lied een andere kant laten horen. Je hoeft niet alles uit te leggen. Soms is het voldoende om de muziek anders te laten ademen.
Jullie werken met bestaand Nederlands repertoire. Hoe voorkom je dat het een avond vol nostalgie wordt?
Lucas: Door niet te proberen het origineel na te spelen. Dat is ook niet waar Kaaskop voor staat. Ed Verhoeff, Boudewijn Lucas en ik hebben een eigen manier van spelen ontwikkeld. We benaderen een lied vanuit de muziek die we zelf kennen: jazz, improvisatie, ritmische tradities en de vrijheid om een compositie een andere richting op te sturen.
Daarbij moet je wel oppassen dat je niet alleen laat horen wat je als muzikant allemaal kunt. Een arrangement moet iets toevoegen aan het lied. Als de tekst daardoor minder goed overkomt, ben je verkeerd bezig.
Diederik: Een goed lied heeft geen museum nodig. Je moet het opnieuw kunnen tegenkomen, zonder dat je het eerst historisch hoeft in te leiden. De achtergrond kan interessant zijn, maar uiteindelijk moet het op het podium werken. En soms ontdek je pas tijdens het spelen waarom een lied je eigenlijk altijd is bijgebleven.
Welke rol spelen de verhalen en de geschiedenis in de voorstelling?
Diederik: Ik ben geïnteresseerd in de omstandigheden waarin iets ontstaat. Een lied staat nooit helemaal op zichzelf. De tijdgeest, de schrijver, de manier waarop mensen toen leefden en dachten: het kan allemaal iets toevoegen aan hoe je luistert. Maar ik wil er geen geschiedenisles van maken. Een verhaal moet ook op zichzelf de moeite waard zijn.
Lucas: En voor mij is het belangrijk dat het verhaal niet voortdurend vóór de muziek gaat staan. We zoeken naar een goede verhouding. Soms maakt een verhaal een lied duidelijker, soms zet het je juist op het verkeerde been en hoor je het daarna anders. Die afwisseling houdt het levend.
De muziek van Jeroen van Merwijk heeft een bijzondere plaats in het programma. Hoe is hij bij deze voorstelling aanwezig?
Lucas: Jeroen heeft veel voor ons betekend. Hij was degene die Diederik en mij in de jaren negentig bij elkaar bracht. Dat gebeurde heel praktisch, doordat we samen in de Podiumband speelden, maar achteraf gezien is dat een belangrijk moment geweest.
In 2022 kwamen Ed, Boudewijn en ik opnieuw bij elkaar voor het album Leve Van Merwijk! Vrienden zingen Jeroen, op initiatief van Herman Finkers. Dat was een bijzonder project, met veel muzikanten en cabaretiers die iets voor hem wilden doen. Vanuit die ontmoeting is Kaaskop verdergegaan.
Jeroen was mijn broer, maar ook een schrijver met een heel eigen manier van kijken. Zijn liedjes zijn geestig, soms genadeloos en vaak preciezer dan je op het eerste gehoor denkt. Het is belangrijk dat we ze niet alleen spelen omdat ze van hem zijn, maar omdat ze muzikaal en inhoudelijk iets te zeggen hebben.
Diederik: Jeroen had een heel herkenbare stem als schrijver. Hij kon met een paar woorden een situatie neerzetten en vervolgens een onverwachte draai geven. Dat lijkt soms moeiteloos, maar achter zulke liedjes zit natuurlijk veel vakmanschap. Zijn werk verdient het om gespeeld te blijven worden. Niet alleen uit herinnering aan Jeroen, maar ook omdat die liedjes op zichzelf overeind staan. In deze voorstelling krijgt zijn werk een plaats tussen andere liedjes en verhalen. Dat voelt voor mij als een natuurlijke manier om ermee om te gaan.
Wat brengt Diederik mee in een groep die muzikaal al een eigen identiteit heeft?
Lucas: Diederik is niet alleen iemand die verhalen vertelt tussen de nummers door. Hij is ook musicus en pianist. Hij voelt timing aan, begrijpt hoe muziek is opgebouwd en weet wanneer je iets moet laten gebeuren en wanneer juist niet. Dat is belangrijk als je met improviserende muzikanten werkt.
Bovendien heeft hij een andere blik op het repertoire dan wij. Dat levert gesprekken op, soms ook muzikale discussies. Dat is goed. Je moet het niet altijd meteen met elkaar eens zijn.
Diederik: Ik moet me ook voegen naar wat de muziek vraagt. Je kunt niet zomaar een verhaal afsteken omdat je het zelf mooi vindt. Er moet ruimte zijn voor de band en voor wat er op dat moment gebeurt. Dat maakt het spannend. De voorstelling ligt niet alleen vast in woorden en afspraken; de muziek moet iedere avond opnieuw tot leven komen.
Wat hopen jullie dat het publiek meeneemt uit Diligentia?
Diederik: Ik hoop dat mensen liedjes horen die ze misschien kennen, maar die ze toch op een andere manier beleven. En dat ze ook plezier hebben in wat ze niet hadden verwacht.
Lucas: Voor mij is het geslaagd als je aan het einde niet alleen denkt: dat was een mooi liedje of een goed verhaal. Als je merkt dat muziek die je al kende toch nog nieuwe mogelijkheden heeft, dan is er iets gebeurd. Daar hoeft niet altijd een grote conclusie aan vast te zitten.
Diederik: Misschien is dat ook wel de kern. We hoeven het verleden niet opnieuw uit te vinden. We moeten er alleen voor zorgen dat het niet ophoudt met spreken.