Eran Ben-Michaël: ‘Het ongemak is precies waar het interessant wordt

In Je mag ook niks meer zeggen onderzoeken theatermakers Eran Ben-Michaël en Jonata Taal de vraag waar de grens ligt van wat je nog kunt zeggen en wie die grens eigenlijk bepaalt. De voorstelling balanceert tussen toneel en stand-upcomedy en zet het publiek aan tot stevig nadenken. “We geven geen antwoorden,” zegt Ben-Michaël. “We leggen het probleem op tafel.”

Waar komt de behoefte vandaan om juist dit onderwerp te onderzoeken?
“De spanning rondom taal, kwetsen en gekwetst worden is overal. In de theaterwereld, op sociale media, aan de keukentafel. Mensen zijn bang om iets verkeerds te zeggen, maar ook boos dat ze het gevoel hebben dat ze voortdurend op eieren moeten lopen. Dat spanningsveld vond ik interessant. Wat gebeurt er als je die botsende perspectieven niet oplost, maar naast elkaar laat bestaan?”

De titel klinkt bijna als een verzuchting. Is dat ook zo bedoeld?
“Zeker. Je mag ook niks meer zeggen is iets wat je vaak hoort, meestal met frustratie uitgesproken. Maar de vraag is: klopt het eigenlijk? En als het zo voelt, is dat dan per se erg? Misschien zegt dat gevoel wel iets over een noodzakelijke verandering die ongemakkelijk is.”

In de voorstelling botsen twee duidelijke standpunten. Hoe hebben jullie die vormgegeven?
“Jonata en ik vertegenwoordigen allebei een ander perspectief, maar we maken het bewust niet zwart-wit. Zijn personage staat voor het idee dat we ons moeten aanpassen zodra woorden of gedrag pijn doen. Mijn personage snapt die pijn, maar vraagt zich af of we niet doorschieten. Die discussie voeren we hardop, zonder dat één van ons gelijk krijgt.”

Humor speelt daarin een grote rol. Waarom is dat belangrijk?
“Omdat humor ruimte maakt. Het onderwerp is zwaar en beladen, maar door te lachen kun je spanning loslaten. Humor werkt als een soort massage: je drukt op de pijnlijke plek, het doet even zeer, maar daarna ontstaat ontspanning. Juist dan kun je met elkaar praten.”

Het publiek reageert vaak fel en betrokken. Verrast je dat?
“Niet echt, maar het blijft bijzonder. Mensen komen na afloop vaak doorpraten, soms maken ze zelfs ruzie met elkaar, op een goede manier. Jongere bezoekers identificeren zich vaker met Jonata’s personage, oudere bezoekers herkennen zich juist in dat gevoel van ‘kan dit ook al niet meer?’. Die verdeeldheid zit niet alleen op het toneel, maar ook in de zaal.”

De voorstelling raakt ook aan identiteit, slachtofferschap en daderschap. Waarom vond je dat belangrijk?
“Omdat niemand alleen maar slachtoffer of alleen maar dader is. Ik heb zelf ook dingen gedaan waarvan ik nu denk: dat zou ik anders doen. Tegelijk draag ik een geschiedenis met me mee van vervolging en uitsluiting. Dat geldt voor veel mensen. Die gelaagdheid maakt het gesprek eerlijker.”

Is er iets dat je hoopt dat mensen meenemen na afloop?
“Dat het oké is om te twijfelen. Dat je niet meteen hoeft te weten wat je vindt. En dat verandering vaak ongemakkelijk is, maar niet per se verkeerd. Als mensen na de voorstelling denken: ‘Wacht even, hoe kijk ík hier eigenlijk naar?’, dan is ons doel bereikt.”

Is deze gevoeligheid van deze tijd blijvend, denk je?
“Ik denk dat het een golfbeweging is. Grenzen zijn nu strakker, omdat groepen die lang niet zijn gehoord eindelijk ruimte opeisen. Dat is nodig. Later zal die ruimte zich waarschijnlijk weer verruimen. Maar dit moment, deze frictie, is precies waar het interessant is. En waar theater iets kan betekenen.”

Wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje

Inschrijven voor onze nieuwsbrief